Drinken tijdens de trainingen

 

Drinken tijdens de training en wedstrijden
Heb je snel last van kramp, dan is het tekort aan vocht, maar aan ook zouten en mineralen daar vaak de oorzaak van. We zweten tijdens het sporten, ook tijdens het zwemmen. Je merkt dit niet omdat je in het water ligt, maar het is zeker belangrijk om dit aan te vullen tijdens je training. Hoe langer je training, hoe meer je het vocht moet aanvullen.
We zien graag dat je een bidon met drinken bij je hebt tijdens te training. Die kan gevuld zijn met water en aangelengde sportdrank of roosvicé. Als je een sportdrank gebruikt is een isotone drank tijdens de training de beste keuze, want dit wordt direct door je lichaam opgenomen en gebruikt. In een isotone drank zitten ook meer mineralen en zouten. In hypertone dranken zitten vooral veel suikers en deze kan je lichaam niet direct gebruiken in de training. En een teveel aan suikers is ook slecht voor het glazuur van je tanden.
Bij 2% vochtverlies, en dat heb je al heel snel, neemt je prestatie af. Bij 5 á 6% vochtverlies neemt je prestatie al met 30% af!
Als je regelmatig wat drinkt, kun je dus veel beter trainen en presteren!

Wanneer moet je dan drinken?
Het beste is tijdens de training. In de banen met de jongste zwemmers (de minioren) wordt door de trainer aangegeven wanneer je wat moet drinken. Het is dan nog niet zo heel belangrijk, maar je moet er meteen aan wennen.
Voor alle andere zwemmers geldt dat je regelmatig een flinke slok neemt. Krijg je hier last van, probeer dan eerst kleine slokjes. Wanneer dit nog steeds niet lukt probeer dan een uur vóór de training de bidon (die je normaal tijdens de training zou gebruiken) leeg te drinken.